Taksen op beleggen (in België)

Beleggen is niet gratis. Naast transactiekosten, vergoedingen voor bepaalde corporate actions, beheerskosten, … zijn er ook nog de belastingen. 

Bij aan- en verkoop van aandelen betaal je een beurstaks, een deel van je dividend vloeit naar de fiscus, …

Ook bij de belegger passeert vadertje staat dus voor zijn deel. Niet onbegrijpelijk natuurlijk, iedereen moet bijdragen. Echter gaan er steeds meer stemmen op voor nog extra taksen, terwijl onderstaande belastingen de beleggende mens al aardig treffen:

  • We zijn graag zo volledig mogelijk, dus beginnen we helemaal bij de basis. Het bedrijf, waar jij aandelen van koopt of onrechtstreeks in belegt via fondsen, verkoopt zijn goederen en diensten en betaalt hierop omzetbelasting, ook wel BTW. De uiteindelijke consument krijgt dit natuurlijk doorgerekend maar het maakt de producten wel duurder dus minder competitief voordeel voor het bedrijf, en minder aantrekkelijk waardoor de vraag daalt.
  • De uiteindelijke winst is blootgesteld aan winstbelasting of vennootschapsbelasting. 
  • Die winst wordt nadien vaak uitgekeerd aan de aandeelhouders, als dividend. Hierop betaalt u een roerende voorheffing, RV. Die bedraagt in België 30 procent. Bij buitenlandse dividenden gaat daar meestal nog eens een buitenlandse dividendbelasting af. Dubbele belastingverdragen met verschillende landen reduceren die bronbelasting vaak, meestal tot 15 procent. Spijtig genoeg doen niet alle brokers dit vanzelf en soms komen er dus voor de belegger een hoop administratie en kosten bij kijken. Vastgoedaandelen die voor een groot deel (minstens 60 procent) in zorgvastgoed investeren krijgen een verlaagd tarief voor de RV van 15 procent. Net zoals bij de spaarrekening dus. Er is ten slotte een vrijstelling van 800 euro aan dividenden, waarmee u dus maximaal 240 euro kunt uitsparen. Dit moet u wel nog zelf regelen via de jaarlijkse belastingbrief. 
  • Bij de aan- en verkoop van producten op de beurs betalen we een Taks op Beursverrichtingen, TOB. Deze beurstaks ingevoerd door de regering Di Rupo is enkele malen verhoogd en bedraagt nu 0,35 procent voor aandelen en vastgoedcertificaten, bij obligaties en gereglementeerde vastgoedvennootschappen is dat 0,12 procent, bij distributiefondsen en -trackers ook, bij kapitaliserende varianten is er een taks van 1,32 procent. Opties, futures, warrants en CFD’s zijn contracten en geen effecten, daarom is er ook geen TOB van op toepassing. 
  • Op kapitaliserende fondsen die voor minstens 10 procent in obligaties investeren betaal je een meerwaardebelasting van 30 procent. Die belasting geldt uiteraard alleen voor het obligatiegedeelte van uw fonds (of ETF). 

Pixabay

De voormalige taks op effectenrekeningen werd door het Grondwettelijk Hof vernietigd. Daarbij moest op effectenrekeningen vanaf 500.000 euro een taks van 0,15 procent betaald worden. Echter, de regering De Croo voorziet een nieuwe belasting, die rekening houdt met de bezwaren. Onder meer het feit dat aandelen op naam werden vrijgesteld en dat de taks enkel van toepassing was op natuurlijke personen kon niet op sympathie rekenen van het Hof. Het grensbedrag zou bij de nieuwe versie waarschijnlijk op 1 miljoen euro liggen. 

Eindigen doen we met goed nieuws. Bij pensioensparen, via verzekeringen of fondsen, krijgt u een belastingvermindering van 30 procent. Ook door te geven via de jaarlijkse aangifte! Op het uiteindelijk gespaarde bedrag zal dan weer wel een eindbelasting verschuldigd zijn. 

Plaats een reactie